VERDWENEN SCHUURKERK AAN DE SMIDSSTRAAT

Met de vrede van Munster in 1648 worden de katholieken in Hooge Mierde, zoals overal in de Zuidelijke Nederlanden, gedwongen hun kerk te sluiten.

Aanvankelijk richten de parochianen net over de grens in Arendonk een schuilkerk in. De afstand tot Hooge Mierde is aanzienlijk, maar het is de enige mogelijkheid om ongestoord uiting te geven aan  het katholieke geloof.

Versoepeling van de strikte regels, opgelegd door de Staten Generaal leiden ertoe, dat overal in het huidige Noord-Brabant schuurkerken verschijnen. De in onbruik geraakte parochiekerk is na tientallen jaren van verwaarlozing grotendeels vervallen. De Haagse overheid heeft bepaald dat bij het inrichten van dergelijke gebedshuizen enkel het interieur het aanzien van een kerk mag hebben. De buitenkant mag niet als zodanig herkenbaar zijn.

Daarmee is meteen de term schuurkerk verklaard. Een kerk ondergebracht in een schuur. De parochianen van Hooge Mierde laten deze kans niet voorbij gaan en slagen erin om een schuurkerk midden in de dorpskern in te richten.

Over deze schuurkerk is documentatie bewaard gebleven in de archieven. In maart van het jaar 1734 laat het echtpaar Joost Coolen en Maria Martens een schenkingsakte opmaken waarin zij een stal of schuur bij hun hoeve aan de huidige Smidsstraat 4 in Hooge Mierde  vermaken aan de katholieke gemeenschap. Aan die schenking is een wat merkwaardige voorwaarde verbonden : er mogen geen drinkgelagen in het pand gehouden worden!

Van de schenkers is bekend dat zij beiden uit redelijk welgestelde families afkomstig zijn. Maria’s familie bezit een van de grootste brouwerijen van het dorp. De boerderij van het echtpaas is behoorlijk van omvang en wordt omschreven als een “huijs met twee hoven”. De schenking staat het verder bewerken van de boerderij niet in de weg.

De parochianen nemen de inrichting van de schuur tot gebedshuis voortvarend ter hand. In de loop van de tijd wordt het omgevormd tot een van de opvallendste gebouwen van het dorp. Zelfs de omvang van het pand is bekend. In een taxatierapport uit 1760 wordt vermeld dat het gebouw 55 voeten breed, 35 voeten hoog en 27 voeten lang is. Omgerekend in meters is dat ongeveer 18 meter breed, 12 meter hoog en 9 meter lang. Tegen deze negen-meter lange muur was een afsluitbare ruimte gemaakt van 3 bij 2,5 meter “tot bewaringe van het Kerkegoet”. Het pand was voorzien van een rieten dak, maar een klokkentorentje ontbreekt.

Inmiddels is de eigenlijke parochiekerk al een eeuw niet meer in gebruik en vervallen. De toren is echter wel onderhouden en in redelijke staat, evenals de klok en het uurwerk.  De protestantse schoolmeester/koster heeft de taak om het geheel te onderhouden.

Tot het begin van de 19e eeuw blijft de schuurkerk in gebruik. De Franse tijd bezorgd een omwenteling in de verhoudingen in de Nederlanden. Er komt godsdienstvrijheid en als gevolg daarvan krijgen de katholieken hun kerken weer terug. De Hoogemierdse kerk is deels ingestort, zodat het onbruikbaar is. De schuurkerk blijft dan ook nog een aantal jaren dienst doen als parochiekerk, totdat de eigenlijke kerk herbouwd is. Daarna wordt de schuurkerk verlaten en weer in gebruik genomen als onderdeel van de boerderij.

Op de kadasterkaart van 1832 staat het gebouw ingetekend als Oude Kerk. Inmiddels is het aanzienlijk kleiner van omvang als omschreven in het taxatierapport van 1760. Deze intekening heeft de Heemkundekring in 2006 aangespoord  om onderzoek naar het pand te doen. Er is een proefsleuf gegraven en daarbij zijn vier waterputten gevonden. Uit een daarvan zijn twee intacte kruiken tevoorschijn gekomen, welke gedateerd zijn uit de periode 1550-1600. Naar aanleiding daarvan is door het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit van Amsterdam een grootscheepse opgraving gedaan, onder leiding van Berno Tops. Daarbij heeft men een zgn. achtererf blootgelegd waar een bezemstuiver ui 1633 in de opstand van een gebouw gevonden is. Daarmee is het gebouw gedateerd op de eerste helft van de 17e eeuw. De locatie van het gebouw komt exact overeen met de intekening van de schuurkerk op de kadasterkaart van 1832. Dit is een zeer sterke aanwijzing, dat de eveneens gevonden muur-en fundamentresten onderdeel van de schuurkerk zijn geweest.

De schuurkerk heeft letterlijk in het hart van het dorp gestaan. De driehoek Smidsstraat-Kerkstraat-Hoogstraat is immers de oude dorpskern van Hooge Mierde. In de periode dat de kerk is ingericht wordt, staan er een aantal woningen dicht bijelkaar en omringen de kerk.

Een van die huizen wordt bewoond door de secretaris van de vrijheid Hooge en Lage Mierde en Hulsel. In deze Generaliteitsperiode uiteraard een man van protestantse huize. Ironisch is het daarom, dat de katholieke schuurkerk bijna letterlijk in de achtertuin van de protestantse secretaris staat.

Nadat de schuurkerk weer opgenomen is in een boerderij en kleiner van omvang wordt, blijft het tot het begin van 20e eeuw als zodanig in gebruik. Een brand verwoest het gebouw en de overblijfselen worden verwijderd. Het wordt niet meer opgebouwd en de schuurkerk raakt in de vergetelheid.

2 thoughts on “VERDWENEN SCHUURKERK AAN DE SMIDSSTRAAT

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *